Plaatsing der stukjes, betekent niet noodzakelijkerwijs
dat       De Plejaden       100%               de inhoud deelt.
De ooit zo pro-Israëlische gezindheid onder Nederlanders is aanzienlijk afgenomen. Het manifest van Gretta Duisenberg illustreert dat, meent Alfred Pijpers.
TEGEN de achtergrond van de Israëlische sloopwerkzaamheden in Ramallah lijkt de actie 'Stop de bezetting' onder leiding van Gretta Duisenberg goed getimed. 'Het Midden-Oosten verdient duurzame vrede. Daarvoor is opheffing van de 35-jarige bezetting van de Palestijnse gebieden noodzakelijk', schrijft zij in een manifest (de Volkskrant, 24 september), dat mede is ondertekend door tientallen kunstenaars, (euro)parlementariërs, hoogleraren, docenten, journalisten en bankiers, alsmede door oud-premier en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Van Agt.
De tekst van het korte manifest is nogal krakkemikkig. De actiegroep wil bijvoorbeeld dat 'Israël zich terugtrekt uit alle sinds 1967 bezette gebieden, en uitvoering van alle VN-resoluties ter zake'. Maar iedereen weet, zeker de vele volkenrechtgeleerden die het stuk hebben ondertekend, dat de kardinale resoluties 242 en 338 van de VN-Veiligheidsraad juist nadrukkelijk niet reppen van alle bezette gebieden.
Verder is het merkwaardig dat de actiegroep spreekt over 'opheffing van de 35-jarige bezetting'. Israël heeft zich immers al jaren geleden teruggetrokken uit het overgrote deel van de in 1967 veroverde gebieden. In het begin van de jaren tachtig uit (na het vredesverdrag met Egypte) de Sinaï, na de Oslo-akkoorden medio jaren negentig volgden de Gazastrook en grote delen van de Westelijke Jordaanoever. Met Syrië waren intussen serieuze onderhandelingen begonnen over de Golanhoogte. In 2000 verliet het Israëlische leger Zuid-Libanon. Dat is toch wat anders dan een 'expansionistische Israëlische staatspolitiek', zoals het manifest stelt.
Misschien doelt de actiegroep met deze aanduiding op de joodse nederzettingen die er na 1967 in de Palestijnse gebieden zijn gesticht. Die zijn inderdaad uit volkenrechtelijk oogpunt illegaal, en ze hebben contraproductief gewerkt voor het vredesproces.
Men mag dat achtereenvolgende Israëlische kabinetten zwaar aanrekenen. Maar het probleem van de nederzettingen moet niet ernstiger worden genomen dan het is.
Afgezien van de vele joodse nieuwkomers in de wijken rondom Jeruzalem is het totale aantal nederzettingen niet erg groot. Vaak zijn ze ook erg klein in omvang. Er zijn minder joodse nederzettingen in Palestijns gebied dan Palestijnse dorpen in het huidige Israël. Bovendien was er in de zomer van 2000 in Camp David al in grote lijnen een akkoord bereikt over hun ontruiming.
Op het moment dat twee jaar geleden de opstand tegen Israël (met de gematigde Barak als premier; de beruchte terroristenvreter Ariel Sharon zat nog netjes in de oppositie) begon, leefde de overgrote meerderheid van de Palestijnse bevolking in stedelijke agglomeraties onder autonoom Palestijns gezag.
In de zogeheten A-gebieden hadden de Palestijnen ook verreikende militaire bevoegdheden. Wel bleef Israël militaire controle uitoefenen over onder meer de Jordaanvallei, en de toegangscorridors tot de joodse nederzettingen. Dit overigens conform de mede door Yasser Arafat ondertekende Oslo-akkoorden.
Juist de politieke en ten dele ook militaire autonomie van de Palestijnse gebieden heeft allerlei militante Palestijnse groeperingen in staat gesteld om zich professioneel te bewapenen, en betrekkelijk ongestoord de talrijke aanslagen op joodse burgers en kolonisten te beramen.
Anders dan de Volkskrant op 25 september in een hoofdartikel stelt, vormt de 'kern' van het conflict niet de 'Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden'. Ook vóór de '35-jarige bezetting' van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever werd de staat Israël al te vuur en te zwaard bestreden. Prominente Palestijnse leiders en hun aanhang willen helemaal geen eigen staat naast Israël, maar liquidatie van de joodse staat. Naarmate de realiteit van een levensvatbare Palestijnse staat naast Israël dichterbij kwam, onder regie van president Bill Clinton, met voorzichtige instemming van Barak, werd het Palestijnse geweld tegen de joodse staat en haar inwoners systematisch en moedwillig opgevoerd. Waarschijnlijk met medewerking van Arafat.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat premier Sharon maar zijn gang kan gaan. Er is zeker kritiek mogelijk op de huidige Israëlische strijdmethodes, die in ieder geval in de westerse publieke opinie volkomen averechts werken. Ook in Nederland is die kritiek - terecht - scherper geworden.
Israël was in de jaren vijftig en zestig een toonbeeld voor Nederland. Klein maar dapper, en net zoals Nederland volop bezig met de naoorlogse (weder)opbouw. Nederland was in die jaren nog in belangrijke mate een verzuilde samenleving.
Elke zuil vond in Israël iets van haar gading. De sociaal-democraten waren gecharmeerd van de pioniersgeest en het socialistische experiment van de collectieve dorpsgemeenschappen (kibboetzim). De liberalen bewonderden de ondernemingszin en de militaire successen van de jonge staat Israël. Voor de christelijke groeperingen, vooral het protestantse volksdeel, gold Israël als het 'beloofde land', als de verwerkelijking van de bijbelse profetieën. Israël was een heel geschikt ideologisch bindmiddel voor onze verdeelde en verzuilde samenleving. Vandaar dus onze pro-Israëlische gezindheid in de eerste naoorlogse decennia.
Mede onder invloed van de Europese samenwerking is die sympathie in de loop der jaren afgezwakt.
Maar belangrijk is ook dat in de ontzuilde Nederlandse samenleving zelf geen bijzondere ideologische rol meer voor Israël is weggelegd. Bij de jongste generaties is de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagd; socialistische affiniteiten bestaan niet meer; door de ontkerkelijking wordt ook het 'beloofde land' uitgehold. En omvangrijke moslimgroeperingen steunen openlijk de Palestijnse zaak. Niet zozeer Israël is veranderd, zoals Van Agt in de Volkskrant van 25 september verklaart, maar Nederland zelf.
  Alfred Pijpers is verbonden aan de afdeling Onderzoek van het Instituut Clingendael.
--------------------------------------------------------------------------------
  © copyright Netherlands Institute of International Relations 'Clingendael'
  maart 28, 2003
Eerste Wereldoorlog
Het gebied dat het huidige Israël en de Palestijnse gebieden vormt, wordt eeuwenlang bewoond en bezet door diverse volken en geloofsgemeenschappen: joden, christenen, moslims, Arabieren, Turken en Engelsen.
Aan het begin van de twintigste eeuw maakt Palestina deel uit van het Ottomaanse Rijk. Maar de val van het Turkse sultanaat aan het einde van de Eerste Wereldoorlog verandert de kaart van het Midden-Oosten drastisch.
Onder invloed van het Europese nationalisme delen vooral de Britten en de Fransen het hele gebied tussen Turkije en de Arabische Zee en tussen de Middellandse Zee en Iran op. Nieuwe landen als Syrië, Saudi-Arabië, Irak en Libanon worden geboren. Voor de bevolking in het gebied is dit een geheel nieuw fenomeen. Men moet zich plotseling Syriër, Irakees of Libanees gaan noemen, terwijl men zich vroeger vooral moslim, christen of Arabier voelde.
Balfour-declaratie
In 1917 belooft de Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Balfour, aan Lord Rothschild, de leider van de zionisten in Engeland, dat de Britse regering welwillend staat tegenover de vestiging van een "Joods nationaal tehuis" in Palestina dat tegelijkertijd niet de rechten mocht schenden van de niet-joodse bevolking van het gebied.
De Balfour-declaratie staat op gespannen voet met de belofte die tijdens de oorlog is gedaan aan de Arabieren. In ruil voor een opstand tegen de Turken zouden de Arabieren een koninkrijk mogen vormen in alle gebieden in het Midden-Oosten waar Arabieren wonen.
Grote vraag is wat er precies met een joods nationaal tehuis wordt bedoeld: een zelfstandige staat of een autonome provincie in het Arabische koninkrijk? Niemand die het weet. De zionisten zien er in elk geval een internationale erkenning in van hun streven naar een eigen joodse staat in Palestina.
Tweede Wereldoorlog
Vreemd genoeg is de Tweede Wereldoorlog voor het Midden-Oosten veel minder ingrijpend geweest dan de eerste. Zag de kaart van de regio er na de Eerste Wereldoorlog heel anders uit, de tweede liet die kaart nagenoeg ongewijzigd. Het huidige Palestina was nog steeds Brits mandaatgebied. Dit was het in 1922 geworden.
Wel komt er na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe immigratiestroom richting Palestina op gang van grote aantallen joden die in Europa de holocaust hebben overleefd. Zij voegen zich bij de duizenden joden die zich sinds het begin van de twintigste eeuw in het Beloofde Land hadden gevestigd.
Deze pioniers zijn gevlucht voor het Europese anti-semitisme en proberen het zionistische ideaal, dat in 1896 door de Weense journalist Theodor Herzl was geformuleerd, te realiseren door in kleine op socialistische leest geschoeide gemeenschappen, kibboetsen, het land te bebouwen.
Oprichting van de staat Israël
Omdat in 1948 het Britse mandaat over Palestina afloopt, roepen de pas opgerichte Verenigde Naties een speciale commissie in het leven die zich moet buigen over de toekomst van het gebied. De United Nations Special Commission on Palestine (UNSCOP) komt met een verdelingsplan met een joodse en een Arabische staat.
De verdeling van het land is in overeenstemming met de verdeling van de bevolkingsgroepen. De voor zowel joden als moslims heilige stad Jeruzalem komt volgens het plan onder internationaal toezicht. De VN neemt het voorstel over als resolutie 181.
De Arabieren weigeren het plan echter te accepteren. Zij stellen dat hun aanspraken op heel Palestina onaantastbaar zijn en dat genoegdoening voor het leed dat de joden was aangedaan in de oorlog maar in Europa moet worden gegeven.
Op 14 mei 1948, een dag voordat het Britse mandaat over Palestina afloopt, roept David Ben Gurion de staat Israël uit in het gebied dat door de VN aan de joden is toebedacht. De VS en de Sovjet-Unie erkennen Israël onmiddellijk. De Arabieren juist niet. Ze vallen direct aan. Aan de oorlog die erop volgt, houdt Israël veel meer land over dan volgens het VN-plan de bedoeling is.
Door de gewelddadigheden komt er een grote stroom van 750.000 tot 800.000 Palestijnse vluchtelingen op gang. Zij vestigen zich in vluchtelingenkampen in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever, en in Jordanië, Libanon en Syrië. Nog tijdens de oorlog neemt de VN resolutie 194 aan die het recht van deze vluchtelingen op terugkeer naar hun huizen erkent.
De Israëlische onafhankelijkheidsoorlog brengt tevens een vluchtelingenstroom van 865.000 joden uit de Arabische wereld op gang. Zij vestigen zich in Israël. Een jaar later komt het door bemiddeling van de VN tot een wapenstilstand, al erkennen de Arabische staten Israël geenszins. De bestandslijnen vormen de grens van de nieuwe staat Israël.
Suez-crisis
De Egyptische president Nasser lijft in 1956 het Brits-Franse Suez-kanaal in, dat een belangrijk knooppunt is voor de internationale scheepvaart. Groot-Brittannië en Frankrijk beloven troepen in te zetten op voorwaarde dat Israël de Egyptenaren terugdringt tot achter het kanaal.
Het komt tot een aanval, maar onder druk van de Amerikanen wordt al snel een staakt-het-vuren in acht genomen. Het Israëlische leger heeft dan al de Sinaï-woestijn veroverd. De strijdkrachten trekken zich weer terug op voorwaarde dat Egypte niet aanvalt en dat de Verenigde Naties het gebied bewaken.
Zesdaagse Oorlog
In opdracht van de Egyptische president Nasser vertrekken de VN-troepen in 1967. In de jaren daarvoor slaat Nasser agressieve, Arabisch-nationalistische taal uit. Met Syrië en Jordanië smeedt hij opnieuw plannen om de staat Israël te vernietigen.
Door het vertrek van de VN uit de Sinaï en door de troepensamentrekkingen langs de grenzen met Syrië, Jordanië en Libanon voelt Israël zich zeer bedreigd. Daarom besluit het in de vroege ochtend van 5 juni 1967 de aanval te openen op zijn buurlanden.
De oorlog wordt een doorslaand succes. In enkele dagen worden de legers van Egypte, Syrië en Jordanië verpletterend verslagen. Op Egypte verovert het Israëlische leger de Sinaï-woestijn, op Syrië de Golan-hoogte. Na hevige gevechten wordt op 7 juni de oude stad van Jeruzalem veroverd op Jordanië.
Voor de joden is dat een emotioneel en religieus moment. In de oude stad liggen de resten van de door de Romeinen vernietigde Tweede Tempel met als onderdeel daarvan de Klaagmuur, het belangrijkste heiligdom van de joden.
Al snel laat de Israëlische regering weten Jeruzalem als eeuwige en ondeelbare hoofdstad te beschouwen. Op Jordanië wordt ook de Westelijke Jordaanoever veroverd. In rechtse, nationalistische en religieuze kringen in de Israëlische politiek vat de mening post ook dit gebied nooit meer prijs te geven. Tot de Westelijke Jordaanoever behoren immers Judea en Samaria, die onderdelen zijn van het bijbelse Eretz Israel, het door God aan de joden Beloofde Land.
Na de oorlog begint Israël in de bezette gebieden in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever met de aanleg van nederzettingen. De Verenigde Naties nemen de omstreden resolutie 242 aan, waarin Israël wordt opgeroepen de bezette gebieden op te geven en waarin het principe 'land voor vrede' wordt vastgelegd.
De gevolgen van de Zesdaagse Oorlog zijn ingrijpend voor de Arabische wereld. Van de Arabische eenheid waar Nasser naar streefde, blijft weinig over, zeker na de dood van de Egyptische president een jaar later.
Jom Kippoeroorlog
Na de Zesdaagse Oorlog groeit in Israël het zelfvertrouwen en het gevoel onoverwinnelijk te zijn. Hierdoor is de schok enorm als Egypte, onder leiding van de nieuwe president Sadat, en Syrië in 1973 op Jom Kippoer, de belangrijkste joodse feestdag, een verrassingsaanval uitvoeren.
Even staat het voortbestaan van Israël op het spel, maar door een spectaculaire landing van generaal Ariel Sharon in de Sinaï-woestijn achter de Egyptische troepen keren de kansen. De Syriërs worden teruggedreven op de Golan-hoogte.
Onder druk van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten komt het tot een staakt-het-vuren. Tijdens de oorlog zetten de Arabische staten voor het eerst met succes het oliewapen in. Er worden embargo's afgekondigd tegen landen, waaronder de VS en Nederland, die Israël in de ogen van de Arabieren te veel steunen.
Camp David-akkoorden
Op 19 november 1977 spreekt de Egyptische president Saddat tijdens een historisch bezoek de Knesset toe, het Israëlische parlement. Het is de opmaat voor de Camp David-akkoorden van een jaar later, die de vrede tussen Israël en Egypte bezegelen.
Sadat en de Israëlische premier Begin ontvangen er de Nobelprijs voor de Vrede voor. De meeste Arabische landen reageren echter woedend op het akkoord en verbreken alle contacten met Egypte.
Sadat zelf moet de akkoorden twee jaar later met zijn leven bekopen. Hij wordt vermoord door radicale moslims die niets willen weten van vrede met de joden. De akkoorden voorzien aanvankelijk ook in autonomie voor de Palestijnen, maar die willen niet mee doen aan de onderhandelingen.
Israëlische inval in Libanon
In 1982 valt het Israëlische leger onder leiding van minister Sharon van Defensie het door burgeroorlog geteisterde Libanon binnen. Doel is onder meer het uitschakelen van Yasser Arafat en zijn PLO. Die voert in de jaren zeventig voortdurend aanslagen uit op Noord-Israël en dreigt in Libanon een staat binnen een staat te worden.
Bij een zoektocht naar wapens in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila doodt een aan Israël gelieerde christelijke militie bijna achthonderd mensen. Uiteindelijk dwingt een Israëlische regeringscommissie Sharon tot terugtreden. Maar Sharons missie is geslaagd. Arafat en zijn PLO zijn verdwenen uit Libanon. Ze nemen de wijk naar Tunis.
--------------------------------------------------------------------------------
  © copyright NOS 2004
De staat Israël bestaat zestig jaar. Vanwege dit jubileum zijn er al vele publicaties verschenen, vooral over Israël vanuit profetisch perspectief. Maar hoe is het Israël politiek-militair vergaan?
Sinds de oprichting op 14 mei 1948 verkeert Israël in een staat van oorlog omdat andere staten in het Midden-Oosten zich niet kunnen verenigen met het tweestatenconcept (een Joodse en een Palestijnse) van de Verenigde Naties (VN). De Arabische staten riepen -wat wij nu de Palestijnen noemen- op om (tijdelijk) te vluchten, totdat de Joodse staat van de kaart zou zijn geveegd. Na de oorlog van 1948 volgde er in 1956 (Suezcrisis), 1967 (Zesdaagse oorlog) en 1973 (Jom Kipoeroorlog) nog een aantal gewapende conflicten van conventionele aard, tussen reguliere krijgsmachten met georganiseerde militaire verbanden.
In de loop van de jaren tachtig veranderde de aard van het Joods-Arabische conflict. Vanuit Zuid-Libanon doken terreurorganisaties op: eerst de PLO van Arafat, later gevolgd door bewegingen als Hezbollah en Hamas (Gaza). Deze groeperingen pleegden aanslagen, aanvankelijk vooral (vliegtuig)kapingen, waarvan doorgaans niet militairen maar burgers het slachtoffer werden. Na aanslagen overal ter wereld verlegden deze terreurgroepen het toneel naar de grenzen van Israël -en daarbinnen- met (zelfmoord)aanslagen.
De recente terugtrekking uit bezette gebieden heeft Israëls veiligheid nauwelijks bevorderd. Sinds de Israëlische troepen Zuid-Libanon, de Gazastrook en delen van de Westelijke Jordaanoever verlieten, heeft dat vanaf de andere kant van de grens raketaanvallen en andere aanslagen, ontvoeringen en de oorlog tegen Hezbollah in Libanon (2006) opgeleverd. Vanuit veiligheidsperspectief bezien zijn die zestig jaren dus geen gemakkelijke geweest.
Dictatuur
Israël is vrijwel de enige democratie in het Midden-Oosten. Israëls democratisch systeem geeft verplichtingen en brengt nadelen met zich mee ten opzichte van de autoritaire buren. Verplichtingen zijn onder meer dat Israël de aangegane internationale verdragen naleeft. Bijvoorbeeld bij het antwoord op aanslagen.
Ook vrienden van Israël mogen en moeten Israël er dan op aanspreken dat het bij militaire vergelding zaken zoals proportionaliteit en het vermijden van burgerslachtoffers en onbedoelde schade in acht neemt. Een democratisch land heeft geen probleem met dergelijke constructieve kritiek.
Een nadeel van de Israëlische democratie te midden van Arabische dictaturen is dat die zich niet laten beïnvloeden door kritiek van buitenaf en dat hun massamedia doen wat de overheid dicteert. Een voorbeeld is het tonen van bloederige taferelen na Israëlische revanche. Als terroristen zich ophouden tussen de bevolking en haar als menselijk schild gebruiken, resulteert dit dikwijls in burgerslachtoffers, maar wel met de beschuldigende vinger naar de andere (Israëlische) partij, wat men vervolgens breed uitmeet in de internationale media.
Behalve nadelen kent de Israëlische democratie ook voordelen, vooral daar waar het gaat om kritiek op eigen handelen, wat de rechtsstaat bevordert. Zo hebben -ofschoon geen reclame voor hun integriteit- verschillende Israëlische politici te maken gehad met processen inzake onoorbare handelingen, heeft de Israëlische rechter verplaatsing van het veiligheidshek van Palestijns gebied bedongen en had premier Olmert het recent nog zwaar te verduren na een vernietigend rapport over de oorlog tegen Hezbollah. Die zelfkritiek, stevige politieke discussies en verslaggeving door onafhankelijke media getuigen van een volwassen democratie en rechtsstaat, iets wat de buurlanden doorgaans ontberen.
Toekomst
Wat kunnen we verwachten van Israël en het Palestijnse vraagstuk in de toekomst? De Arabische wereld heeft de afgelopen decennia weinig tot niets gedaan voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem. De ellende in de kampen is in stand gehouden, wellicht als bliksemafleider voor problemen in eigen land. Waarom zet de internationale gemeenschap zich niet intensiever in om het lot van die vluchtelingen te verbeteren, waarmee ook een voedingsbron voor extreem islamitische radicalisering wordt bestreden?
Voor Israël zal een terugkeer van die vluchtelingen binnen zijn grenzen onaanvaardbaar blijven, omdat dat ”demografische suïcide” van de Joodse staat betekent: dan vormen de Palestijnen de meerderheid. Wat wel een levensvatbaar concept is en ook de huidige Israëlische regering voor ogen heeft is het tweestatenconcept, zoals de VN die in 1948 voorzien hadden. Als de gematigde Palestijnse krachten, zoals Abbas, sterk staan, behoort dat een uitvoerbare optie te zijn. Een Palestijnse staat naast de Joodse zal waarschijnlijke wel tot consequentie hebben dat de Joodse nederzettingen -in wat de Bijbelse gebieden Judea en Samaria zijn- zullen moeten worden opgeheven. Militair gezien zijn die ook nauwelijks te beveiligen. Dat is een uiterst pijnlijke maar vrijwel onvermijdelijke concessie.
Israël zal dit alleen doen wanneer er sprake is van een stabiele Palestijnse staat als buurland. Die stabilisering zou prioriteit moeten hebben van de internationale gemeenschap, als men echt de wil heeft een vreedzame ontwikkeling te bevorderen.
  De auteur is Ruslandkundige en als onderzoeker internationale veiligheid verbonden aan
  Clingendael.
--------------------------------------------------------------------------------
  © copyright het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael
  Mei 2008
---